Waarom zit mijn kind overal aan? Uitleg over friemelen en sensorische prikkels
“Blijf eens van dat ding af.”
Een zin die veel kinderen regelmatig horen. Ze zitten aan hun kleding, voelen aan muren, draaien aan voorwerpen, friemelen met hun handen of willen overal even aan komen.Maar waarom doen sommige kinderen dit eigenlijk zo vaak? Vaak is het niet zomaar een gewoonte of “lastig gedrag”. Aanraken is één van de manieren waarop kinderen de wereld om zich heen ontdekken en prikkels verwerken.
De kracht van aanraking
Onze tastzin is één van onze belangrijkste zintuigen. Via onze huid krijgen we voortdurend informatie binnen:
- Is iets zacht of hard?
- Glad of ruw?
- Warm of koud?
- Licht of zwaar?
Voor veel kinderen is voelen een belangrijke manier om informatie te verzamelen. Sommige kinderen kijken vooral naar iets, terwijl andere kinderen het eerst willen aanraken en ervaren.
Friemelen kan helpen bij concentratie
Veel mensen denken bij friemelen meteen aan afleiding. Toch kan friemelen voor sommige kinderen juist helpen om zich beter te concentreren.
Een kleine, rustige beweging kan ervoor zorgen dat een kind:
- beter bij een activiteit blijft;
- spanning kan verminderen;
- zich prettiger voelt in een drukke omgeving.
Denk bijvoorbeeld aan een kind dat tijdens het luisteren met een klein voorwerp in de handen speelt. De handen krijgen dan een kleine taak, waardoor de aandacht soms beter bij het gesprek kan blijven.
Sommige kinderen zoeken extra prikkels
Kinderen verschillen in de manier waarop zij prikkels verwerken. Sommige kinderen krijgen al veel informatie binnen en kunnen sneller overprikkeld raken. Andere kinderen lijken juist extra prikkels nodig te hebben.
Een kind dat vaak ergens aan zit, kan bijvoorbeeld op zoek zijn naar:
Tactiele prikkels
Dit zijn prikkels die via aanraking binnenkomen:
- verschillende structuren voelen;
- knijpen;
- draaien;
- wrijven;
- friemelen.
Diepe druk
Sommige kinderen vinden stevigere aanraking prettig:
- ergens tegenaan leunen;
- stevig knuffelen;
- met materialen werken die weerstand geven;
- een verzwaringsknuffel of -deken.
Beweging
Voor sommige kinderen gaat voelen samen met bewegen:
- wiebelen;
- draaien;
- bewegen met de handen.
Wanneer wordt friemelen een probleem?
Veel friemelen betekent niet automatisch dat er iets aan de hand is. Het belangrijkste is om te kijken naar het kind zelf. Helpt het friemelen een kind om rustig te blijven of te focussen? Dan kan het juist een fijne ondersteuning zijn. Wordt een kind juist gefrustreerd, raakt het vaak overprikkeld of belemmert het gedrag de dagelijkse activiteiten? Dan kan het helpen om te onderzoeken welke prikkels een kind nodig heeft.
Wat kun je doen als een kind steeds ergens aan zit?
In plaats van steeds te zeggen: “Niet aankomen”, kun je ook kijken naar de behoefte achter het gedrag.
Een paar ideeën:
- Bied verschillende materialen aan om veilig te ontdekken.
- Maak een rustig hoekje met sensorisch materiaal.
- Gebruik voelmaterialen als alternatief voor spullen waar een kind niet aan mag komen.
- Geef momenten waarop een kind bewust mag voelen, ontdekken en experimenteren.
Soms heeft een kind niet minder prikkels nodig, maar juist de juiste prikkels.
Sensorisch materiaal als hulpmiddel
Met sensorisch materiaal kunnen kinderen op een veilige manier ontdekken wat prettig voelt. Denk aan materialen met verschillende structuren, friemelmaterialen en voelactiviteiten. Het doel is niet om friemelen helemaal af te leren. Het gaat erom een kind te helpen om op een passende manier met prikkels om te gaan.
Tot slot
Een kind dat overal aan zit, vertelt eigenlijk iets met zijn of haar gedrag. Door niet alleen naar het gedrag te kijken, maar ook naar de behoefte erachter, ontstaat er meer begrip. Misschien is die nieuwsgierige hand niet het probleem, maar juist een manier waarop een kind de wereld leert kennen.